|
|
|
Friday 20 August 2010 |
Inleiding door Noam Chomsky tot ‘Voices from the other side’ door Keith Bolender, over terrorisme tegen Cuba.
Misschien het meest opvallende van Washingtons’ oorlog tegen Cuba sinds het zich in 1959 bevrijdde, is de razernij waarmee die gevoerd wordt. Kennedy’s invasie in de Varkensbaai spoedig na zijn aantreden werd geautoriseerd in een sfeer van hysterie. Robert McNamara getuigde dat later voor de Kerkencommissie van de Senaat. Op de eerste kabinetvergadering na de mislukte invasie was de atmosfeer ‘bijna woest’. Chester Bowles, staatssecretaris binnenland: er was ‘een uitzinnige vraag om een actieplan’. De kern van dit plan was een allesomvattende terroristische oorlog. Robert Kennedy, coördinator van de massieve staatscampagne tegen het internationale terrorisme, verklaarde herhaaldelijk dat het afzetten van Cuba’s regering ‘topprioriteit was van de VS regering - al het andere is secondair - geen tijd, geld, inspanning of mankracht dient gespaard te worden.’De president zelf was zich bewust dat ‘bevriende naties denken dat we ietwat dement zijn’ als het om Cuba gaat, iets dat tot nu toe opgaat. Toen Cuba in uiterste moeilijkheden was na de ineenstorting van de Sovjet Unie, trokken de liberaal-democraten, geleid door Bill Clinton, de strop nog verder aan (de regering Bush rechts inhalend) om ‘Cuba tot een puinhoop te maken’. Het extremisme werd voor het Pentagon zorgwekkend. In 1993 waarschuwde het VS Army War College tegen het emotioneel verweer van politici die Castro zagen als belichaming van de duivel, die gestraft moest worden voor het trotseren van de VS en andere laakbare daden – hoewel deze niet op konden wegen tegen het trotseren van de VS. De Kennedy broers zochten volgens de historicus Arthur Schlesinger om de ‘verschrikkingen van de aarde’ over Cuba af te roepen. Deze oorlog tegen Cuba kwam tot een nieuw hoogtepunt op het eind van de jaren ’70. De regering Reagan zette Cuba op de lijst van staten die terreur sponsoren. De ironie daarvan werd niet opgemerkt, evenmin bij het feit dat Cuba de plaats van Saddam Houssein innam, die zou worden verwijderd zodat de Reagan aanhangers aanzienlijke hulp konden bieden. Saddam bleef een bevoorrechte vriend tot 1990, toen hij plotseling veranderde in de reïncarnatie van Hitler vanwege zijn ware misdaad: niet het afslachten van Koerden, maar zijn ongehoorzaamheid of misschien het niet begrijpen van de orders. Na de VS invasie van Irak werd hij gevangen genomen, gevonnist en ter dood veroordeeld voor een vergrijp in 1982, het jaar dat hij van de terroristenlijst werd afgehaald. Alweer werd de ironie niet opgemerkt.Er was natuurlijk een officiële reden om Cuba op de lijst van terroristen te plaatsen: in 1982 werd Cuba geacht Midden Amerika te steunen in de ‘War on Terror’, door Reagan’s regering afgekondigd bij zijn aantreden – in werkelijkheid een terroristische aanval op midden Amerika, dat honderdduizenden levens kostte, de regio tot een ruïne maakte en de geschiedenis inging als grote overwinning van Amerikaans idealisme en promotie van de democratie.De andere officiële reden tot op vandaag is Cuba’s mensenrechten kwestie die buiten de geïndoctrineerde kringen belachelijk gevonden wordt in het licht van de mensenrechten van Washington’s bevoorrechte cliënten, om niet te zeggen de eigen praktijk.Kennedy verscherpte het embargo dat president Eisenhower had ingesteld, omdat ‘het Cubaanse volk verantwoordelijk is voor het regime en daarom honger en ongemak moet lijden als straf voor zijn zonden.’ Het was Washington’s recht en plicht om ‘ongemak te wekken onder hongerige Cubanen. Castro moet worden weggehaald door ontevredenheid en onpopulariteit vanwege de economische malaise – ieder mogelijk middel moet gebruikt worden om de economie te verstoren en honger en wanhoop zou leiden tot afzetten van de regering.’ Naast de terroristische oorlog legde Kennedy ook een handelsembargo van ongehoorde strengheid op. Elke transactie van koopwaar ‘van Cubaanse makelij, of afkomstig, of vervoerd of bevattend enig percentage dat groeit, geproduceerd of verwerkt is in Cuba’ komt het land niet in. In de volgende jaren wordt veel tijd en mankracht gebruikt om de handel internationaal te controleren - geen geringe taak: elk product waar Cubaanse nikkel (Johnson en Reagan) is verwerkt, Zwitserse chocola waar Cubaanse suiker (Clinton) in zit worden opgespoord. Het bureau van ‘Foreign Assets Control’ (OFAC) meldt aan het Congres dat van de 120 werkers vier worden aangewezen voor de financiën van Osama Bin Laden en Saddam Houssein, terwijl bijna twee dozijn het embargo tegen Cuba controleren. Van 1990 tot 2003 rapporteerde OFAC 93 terrorisme onderzoeken met 9.000 dollar boete en 11.000 Cuba onderzoeken met 8 miljoen dollar boete. Deze rapportages kwamen niet in de pers, maar er was sprake van kritiek door Senator Max Baucus, die ‘de absurditeit en toenemende bizarre obsessie van de regering in verband met Cuba’ en ‘misbruik van belastinggeld om Cuba te straffen’ aan de kaak stelde. De inspanning om de straffen voor het Cubaanse volk vol te houden gaat door tegenover de wereldwijde oppositie, zoals gedemonstreerd door de jaarlijkse stemming in de VN, waar Washington alleen afhankelijke staten als Israël en sommige Pacific eilanden meekrijgt. Het trotseren van de wereldopinie is standaard, evenals de onverschilligheid voor de publieke opinie binnen de VS die tientallen jaren de normalisatie van betrekkingen met Cuba voorstaan. Meer ongebruikelijk is het feit dat de uitzinnige agressie blijft tegen de wil van privé landbouwproducenten, de farmaceutische industrie, energie bedrijven en anderen. Het staatsbelang Cuba te vermorzelen gaat boven de factor van het creëren van goede buitenlandse relaties. De bizarre dwang lijkt irrationeel in het licht van het ontbreken van enige dreiging door Cuba, behalve in de rakettencrisis (1962). Deze was voornamelijk een gevolg van de terroristische oorlog, die toen dreigde te culmineren in ‘open geweld voor het neerhalen van het communistisch regime’ te bereiken als ‘het uiteindelijke succes’ via ‘de beslissende militaire interventie’. Thomas Paterson, historicus, concludeert geloofwaardig, dat ‘wanneer er geen varkensbaai incident zou zijn geweest, geen geheime destructieve activiteiten of moordaanslagen, geen militaire manoeuvres en geen economische of diplomatieke acties om de Castro regering in Havana te isoleren en te schaden, dan zou er geen Cubaanse rakettencrisis zijn geweest. De wortels van de oktober 1962 crisis liggen voornamelijk in de georganiseerde VS campagne om de Cubaanse revolutie te vernietigen’ Maar apart van de zelf opgeroepen dreigingen lijkt de ‘hysterie’ ver uit te gaan boven de grenzen van redelijkheid.Dat wil niet zeggen dat er geen redelijke grondslagen waren. Naast de diepgewortelde historische wortels was daar de rationele noodzaak van de wereldcontrole. De CIA informeerde het Witte Huis dat de verwijdering van het Castro regime ‘de sleutel was van geheel Latijns Amerika: als Cuba slaagt, kunnen we verwachten dat het grootste deel van Latijns Amerika meegaat.’ Als we ons eigen voortuin niet controleren, voegde Nixon’s Veiligheidsraad er aan toe, zullen we niet in staat zijn ‘een succesvolle orde elders in de wereld te bereiken’ dat betekent: onze wil aan de wereld op te leggen. Henry Kissinger legt uit waarom hij Reagan’s terroristische oorlog in Midden Amerika steunt: ‘als we Midden Amerika niet kunnen controleren, zullen we bedreigde naties in de Perzische Golf en op andere plaatsen niet kunnen overtuigen dat wij in staat zijn het mondiale evenwicht te bewaren’ altijd per definitie voor het bestwil van de mensheid.. Andere delen van de wereld hadden een speciale betekenis , vooral de energie producerende landen in het Midden Oosten. Controle over hen levert ‘een wezenlijke controle van de wereld’ volgens A. A. Berle, een vooraanstaande figuur in de Roosenvelt- en latere liberale regeringen. De ‘domino theorie’ vormt de logica, die twee varianten heeft. Voor het publiek vormt militaire verovering de dreiging, als Reagan zijn cowboy laarzen aan trekt en de Nationale Veiligheid afroept, want de Sandinistische bendes staan slechts op twee dagen van Harlingen (Texas), klaar om ons te overweldigen en de nootmuskaten hoofdstad van de wereld binnen te trekken om de Russen een militaire basis te geven (als zij het al kunnen vinden op de kaart) en andere ontboezemingen over de jaren. Die versie is als belachelijk verlaten, maar de meer serieuze versie van de domino theorie is nooit afgeschaft omdat deze volstrekt rationeel is. Men kan het de ‘Maffia doctrine’ noemen, een van de princiepen van imperialistische overheersing – de toewijding om ‘mondiaal evenwicht’ en ‘stabiliteit’ te verzekeren. De logica is rechtlijnig en rationeel. De maffiabaas staat geen ongehoorzaamheid toe. Als een winkelier het beschermgeld niet betaalt, stuurt hij een paar vrienden, niet om het geld te innen, maar om hem in elkaar te rammen, zodat anderen niet het idee krijgen dat ongehoorzaamheid toegestaan wordt. Hij moet er voor zorgen dat het virus zich niet verspreidt, om Kissinger’s woorden te citeren toen hij het had over de noodzaak het parlementaire regime in Chili af te zetten en een regime van moord en martelingen op te leggen – die er snel toe overging een brutaal efficiënt internationaal terreurcentrum met VS steun op te zetten:operatie Condor. De maffialogica werkt gewoonlijk in internationale relaties. Cuba is een voorbeeld, maar slechts een van de velen. In het geval van Cuba was het grondprobleem van meet af aan begrepen door de regering Eisenhower. Buitenlandse zaken begreep dat Castro ‘het beeld verwierp dat bescherming van het werelddeel onder VS leiderschap noodzakelijk is.’ – bescherming heeft de gebruikelijke betekenis van controle en zonodig agressie. Erger nog, het ministerie waarschuwt, dat Castro ‘een grotere rol wil voor Latijns Amerika, liefst onder leiderschap van Cuba in wereldzaken . . . . als een onafhankelijke kracht, nauw verbonden met het Afro-Aziatische blok’. Het laatste ontlokt een grotere hysterie als het Portugese imperium 15 jaar later valt en Cuba daarin een grote rol speelt: de bevrijding van zwart Afrika en de grondslagen legt voor de verdwijning van het door de VS gesteunde apartheidsregime in Zuid Afrika. Eisenhower’s ministerie van buitenlandse zaken waarschuwt dat het succes van Castro’s economische program een gevaar is voor het VS economisch belang in Latijns Amerika en misschien zelfs daarbuiten. Staatssecretaris Douglas Dillon: ‘Als Cuba doorgaat met de actie tegen Amerikaans eigendom, komt onze hele opzet van privaat eigendom elders in gevaar’ Philip Bonsal, VS ambassadeur in Cuba legt uit dat ‘Castro zich voortdurend verheugt in de steun van de massa’, Calvin Hill, vooraanstaand analist van de afdeling Latijns Amerika van buitenlandse zaken betreurt de ‘emotionele tegenzin van veel Cubanen om te erkennen dat hun eenheid met Castro hen slecht bekomt.’ De kinderlijke emoties van Latijns temperament heeft steeds de nuchtere en rationele Amerikaanse functionarissen dwars gezeten, zoals in november 2009, toen president Obama brak met Latijns Amerika en Europa door steun te geven aan de verkiezingen die onder militaire druk in Honduras plaatshadden, de VS afgevaardigde in de OAS instrueerde de achterlijke Latijns Amerikaanse pionnen dat zij op een lijn moesten zijn met de VS in de echte wereld, dat zij ‘hun wereld van magisch realisme’ moesten opgeven en de militaire coup erkennen, net als hun grote broer. Toen Kennedy het over nam van Eisenhower toonde de CIA dezelfde bezorgdheid. In juli 1961 merkte de CIA op: ‘De algemene invloed van het Castroïsme is geen gevolg van Cuba’s macht . . . Castro’s schaduw is lang omdat de sociale en economische situatie van Latijns Amerika oppositie tegen de regerende autoriteiten uitlokt en actie voor radicale verandering oproept’ waarvoor Castro’s Cuba model staat. Dezelfde conclusie was reeds door Schlesinger aan de beginnende president Kennedy voorgehouden in het rapport van zijn Latijns Amerika missie, waarin hij waarschuwt tegen de gevoeligheid van Latijns Amerika voor het Castro idee van de zaak in eigen hand te nemen. ‘De verdeling van land en andere vormen van nationale rijkdom is uitermate voordelig voor de bezittende klasse . . . De armen en minder bedeelden, gestimuleerd door het voorbeeld van de Cubaanse revolutie, eisen nu mogelijkheden voor een fatsoenlijk leven. De Sovjet dreiging werd niet helemaal genegeerd. Kennedy vreesde dat Russische hulp Cuba zouden maken tot een show voor ontwikkeling en dat zou de Sovjet Unie overmacht geven in heel Latijns Amerika.’ Inhakend op deze bezorgdheid concludeerde het ministerie van buitenlandse zaken ‘het gevaarlijkste in Castro is het bestaan zelf van zijn regime op de meest linkse beweging in veel Latijns Amerikaanse landen. Castro vertegenwoordigt een succesvol trotseren van de VS, een ontkenning van onze politiek in dit werelddeel van de laatste anderhalve eeuw. Alweer de Monroe Doctrine, die Washington’s intentie en het recht van te heersen over dit werelddeel onderschrijft.’ Zoals de beschuldiging tegen Castro aangeeft, 50 jaar kruistocht om de Cubaanse regering te ondermijnen heeft diepe historische wortels. De strategie van John Quincy Adams, de auteur van de Monroe Doctrine, schreef ‘de annexatie van Cuba door onze federatie zal noodzakelijk zijn voor de integriteit van onze Union zelf.’ Thomas Jefferson viel hem bij: ‘De toevoeging van Cuba tot onze federatie is precies wat wij willen om onze macht als natie af te ronden . . . . De controle, die het eiland, samen met Florida Point, zou geven over de Golf van Mexico en de landen en schiereilanden die het omzomen en alle waters die er in uitmonden, zou de mate van ons politiek welzijn bevorderen.’ Zijn opvolgers vonden deze beperking veel te bescheiden. John Lewis Gaddis herleidde de wortels van de Bush doctrine van de preventieve oorlog tot het beroemde staatsdocument van zijn held, John Quincy Adams in zijn rechtvaardiging van de moordlustige invasie van Florida in 1818, die eveneens precedent was voor de strafoorlog (executive war), een schending van de grondwet. Gaddis verklaart dat Adams het principe huldigde dat expansie de weg is tot veiligheid, een principe die politieke leiders sindsdien heeft gebracht tot het ‘eigendomsrecht van de ruimte’ voor militaire doeleinden. Adams begreep dat de onontkoombare verovering van Cuba moest wachten. De Britten waren een machtige afschrikking die ook herhaaldelijk pogingen om Canada te veroveren blokkeerde. Maar als de VS macht toenam en de Britse kleiner werd zou de afschrikking verdwijnen en Cuba zou in Washington’s handen vallen volgens ‘de wet van politieke gravitatie’. In 1898 had deze wet gewerkt en de VS kon de ‘bevrijding van Cuba’ voltrekken - in werkelijkheid de interventie om te verhinderen dat Cuba zichzelf bevrijdde van de Spanjaarden. Washington maakte Cuba tot wat de historici Ernest May en Philip Zelikov terecht noemen ‘een soort kolonie van de VS. Het Oostelijk eind, waarbij de voornaamste haven van Guantanamo Bay is een kolonie gebleven door een verdrag van 1902 die Cuba gedwongen was te ondertekenen en nu tegen de bepalingen van het verdrag in gebruikt als detentiekamp voor inwoners van Haïti die de terreur van de militaire junta ontvluchtten en als centrum van folteringen voor verdachten van het toegebracht hebben of willen toebrengen van schade aan de VS.De ‘soort kolonie’ kreeg echte bevrijding in 1959, behalve het Oostelijk deel. En binnen enkele maanden begon de aanval met het gebruik van geweld en economische verstikking om de bewoners te straffen van die ‘duivelse kleine republiek’ die zo de racistische expansionist kwaad had gemaakt. Theodore Roosenfelt verklaarde woedend: ‘dat ik het volk zou willen afschudden van de gezicht van de aarde’ omdat zij doorgingen te rebelleren, niet erkenden dat wij hen vrijgemaakt hebben. En tot op de dag van vandaag niet begrijpen dat het hun rol is de meester te dienen en niet te streven naar onafhankelijkheid. De studie die hier volgt laat ons de stemmen horen van de slachtoffers van de internationale terreur, opgelegd sinds de gebroeders Kennedy - voor het eerst een opvallend commentaar op de heersende cultuur van imperialisme van de VS en zijn westerse bondgenoten.Noam Chomsky, 25 december 2009 |
|
Laatst bijgewerkt op ( Friday 05 November 2010 )
|
|
|
|